Het is niet gauw goed
Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren. Vanaf 31 augustus 2026 vanaf de Peacewalk (www.peacewalk.info)
Tekst onder afbeelding
zonsopgang bij ons onderkomen in Topolj
Het is niet gauw goed – PopUpGedachte woensdag 16 september 2026
Als de zon brandt, puffen we over de hitte. Als het te koud is, verwensen we de vorst. Als het te nat is, mopperen we op de regen. De pelgrim doet z’n best, maar is ook maar een mens. En in het gewone leven is het helemaal eenvoudig om het niet gauw goed te vinden.
Het ene protest vind ik te hard, het andere te nietszeggend, een derde te schattig, bij een vierde vind ik het symbool toch een beetje raar. Allemaal redenen om thuis te blijven zitten. Het is niet gauw goed.
En zou het spiritueel ook zo werken. Me overgeven aan het geloof dat er een God is die zorgt? Het zou een bevrijdende gedachte zijn, maar laat het maar eens zakken in je ziel. Dat gaat zomaar niet. Want je hebt altijd nog je eigen verantwoordelijkheid, ja toch? Je kunt niet alles zomaar op het beloop laten. En het feit dat jij als pelgrim onderdak hebt, komt toch ook omdat anderen werken? Ik geloof dat de grote theoloog Karl Barth was die zei die zei: Verantwortlichkeit ist unglaube. Wil je zelf de verantwoordelijkheid torsen voor wat er goed en mis gaat in de wereld, voor je eigen falen en je eigen slagen, voor hoe de dag loopt? Mwah, je bent God niet. Hoeveel heb je nou in je eigen hand?
Het is de Eeuwige die pogingen doet om uit te reiken naar het hart van de mens, zeggen de geschriften. Maar er zijn zoveel manieren om die deur dicht te houden. Om het toch maar zelf uit te zoeken, om vast te houden – op ons eigen eilandje. De rabbi uit Nazareth zegt het weer eens beeldend vandaag:
In die tijd zei Jezus: Waarmee zal Ik de mensen van dit geslacht vergelijken? Waar lijken ze op? Ze gelijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en jullie hebt niet gehuild. (Steeds weer een spelletje voorgesteld, maar het is niet goed of het deugt niet)
Immers: Johannes de Doper is gekomen, eet geen brood en drinkt geen wijn
en gij zegt: Hij is van de duivel bezeten! De Mensenzoon (hiermee verwijst hij naar zichzelf) is gekomen, eet en drinkt wel, en gij zegt: Kijk die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar kinderen.'
De uitnodiging ligt er, steeds opnieuw, in verschillende vormen. Die van de overgave en het vertrouwen. En ik blijf voorzichtig, argwanend, verantwoordelijk voelen. Al is het alleen al voor de route en het onderdak hier voor de komende dagen. We zijn op pad met twaalf mensen. We weten ongeveer de route, we weten nog niet waar we slapen en eten en veel geld is er niet. Er is wat voorbereid, maar veel ligt nog open. Dus ik voel’m wel.
Gisteren lopen we langs de weg, er stopt een auto – we zijn net over de grens in Kroatié. Hij draait zijn raampje open, spreekt perfect Engels, wil alles weten en is onder de indruk. Dat we even door moeten lopen, want zijn huis is op nummer 29 en daar moeten we pauzeren. Hij en zijn vrouw halen alles uit de kast, we komen er bijna niet meer weg. Ondertussen is ook de priester aangesloten, die ons het onderdak van vannacht had beloofd. Ze kenden elkaar nog niet, hij is pas drie weken hier aangesteld. Een mooie manier om kennis te maken. We overnachten in een huis bij de kerk, de dorpelingen hebben heerlijke warme broodjes gebakken. Uit de privé voorraad van de priester staan er twee flessen zelfgestookte pruimendrank – Slivovitsj voor de kenners. Zelf heeft hij een enorme worst gemaakt. Allemaal biologisch en lokaal. De groep mag grotendeels vegetarisch zijn, maar dit gebaar wordt door iedereen gewaardeerd. Op tafel ligt een briefje: het is met grote vreugde en open harten dat wij jullie verwelkomen in onze kleine gemeenschap. Zelfs al is het maar voor een nacht, wij hopen dat jullie je welkom en verzorgd voelen. Moge deze korte stop op jullie lange weg rust brengen aan je lichaam, vrede voor je ziel, en hernieuwe kracht voor de weg voor die voor jullie ligt. En zo gaat het nog even door – ondertekend: de gemeenschap van Topolj.
Dat. En dan durf ik nog steeds om me zorgen te maken? Ik moet me toch schamen. Ik lach een beetje om mezelf. De zon komt op. Een nieuwe dag om weer iets van overgave te leren.
Vrede gewenst. Vrede voor jullie allemaal – en alle goeds.

