Zover zijn we nog lang niet
Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren. Vanaf 31 augustus 2026 vanaf de Peacewalk (www.peacewalk.info)
Tekst onder afbeelding
Drie van de zeven wandelstokken die vanuit de verschillende startpunten van de Peacewalk onderweg zijn - van hand tot hand - tot aan die verscheurde stad, tot de ontmoeting met de Peacebuilders in Palesetina en Israël.
Zover zijn we nog lang niet – PopUpGedachte donderdag 3 september 2026 / Hongarije
De zon komt hier majesteitelijk op. Het stadje in Hongarije ten zuiden van Budapest, ligt er stil bij. Vogels maken hier de geluiden. En een eindeloos beierende kerkklok om zes uur. Mogelijk is dat hier de stadswekker, mogelijk een vroege mis. We hebben weer twintig kilometer afgelegd. De voeten doen zeer, het hart is vrolijk, her en der wat pijnlijke schouders en een knie die er even geen zin meer in heeft. Die moet even rusten. Net als wij, als gezin. We gaan een weekje rust nemen. Net begonnen en dan al pauze? Ja, precies dat. De voorbereidingen van deze tocht hebben ons hart en hoofd en onze handen in beslag genomen tot en met vertrek. En dan pas weet je dat je moe bent. Als we iets leren van deze tocht is het wel: luister naar je lichaam. Het heeft geen zin om de stoere jongen of het de stoere vrouw uit te hangen. Erkennen wat er echt is, je trots af leggen, je laten helpen of kiezen om te rusten. Het zijn allemaal onderdelen van pelgrimeren én zeker ook van vrede leren. Wie dat omarmt, kan met vreugde rusten.
Het is nog een behoorlijk eind naar Jeruzalem. Een kilometer of vierenhalfduizend. En ik lees vanochtend in de tekst iets over de berg van de Eeuwige, daarmee zal vast de tempelberg bedoeld zijn. Waar nu al sinds jaar en dag een prachige Al Aqsa moskee staat. Die berg is volgens de christelijke traditie allang niet meer een fysieke berg – of in elk geval niet meer die ene enkele fysieke berg – die berg is elke berg, en elk dal. In de tekst staat dit:
Wie mag de berg van de Eeuwige bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens.
Dus ik denk dat ik maar beter rechtsomkeert kan maken. Want ik heb nog duizenden kilometers te gaan, maar ook die zijn niet genoeg om reinheid en zuiverheid te creëren. Ik ben geen heilige en ga dat ook niet worden. Mijn hart is een mengelmoes van hoop en vrees, van liefde en van angst, van woede en van verdriet, van onvermogen en van nog zoveel meer. Reine handen? Al wat ik doe, draagt bij aan milieuvervuiling hier of uitbuiting daar. Of ik nou een appje stuur op mijn telefoon of een kledingstuk draag dat ergens geproduceerd is. Daar zou je van kunnen zeggen dat het een kniesoor is die daarop let, maar in de wereld van de Eeuwige maken deze dingen verschil. Want volgens de teksten heeft hij de kwetsbaren in het oog – ook als ze onzichtbaar zijn voor anderen.
En leugens? Pas als ik vertraag, de tijd neem om met Joanne te praten op de Walk, m’n eigen ongemak onderzoek – pas dan besef ik dat ik moe ben. Ik vergeet het weer tussen mensen en organisatie, tussen plannenmakerij en vrolijkheid. Mezelf voor de gek houden en anderen, het is zomaar een tweede natuur.
Dus die berg van de Eeuwige, virtueel of werkelijk, dat wordt’m niet, beste Psalmdichter. Tenzij, tenzij wat hier bedoeld wordt niet te maken heeft met rigide zuiverheid, onhaalbare puurheid, maar met de weg van de rabbi. Die rondhing met de outcasts en de zogenaamde zondaars. Omdat daar misschien wel meer zuiverheid van hart te vinden was. Zij konden de schone schijn niet ophouden, want die was al door jan en alleman doorgeprikt. Zij hadden de ruimte om de rommeligheid van hun leven onder ogen te zien, want ze hadden niets meer te verliezen. De reinen van handen en zuiveren van hart, zijn in de dagen van Jezus meer de misfits, degenen die zichzelf maar met moeite in de spiegel durven aankijken omdat de goegemeente zegt dat zij zich niet met goed fatsoen onder hen kunnen vertonen. Dat stuk van ons en in ons brengt misschien wel de zuiverheid, het zicht op de berg van de Eeuwige. De behoefte ook aan een berg van de Eeuwige, waar een tafel staat voor de mislukten, voor hen die weten welke schaduw er aan hun leven kleeft. Voor hen is er een tafel gedekt op die berg, wordt er wijn geschonken – en spreken we aan die tafel van bevrijding en genade, van hoop en samen optrekken in een zoektocht, soms met tranen of pijnlijke voeten, soms gedragen, soms dragend.
Dus toch maar weer voorwaarts, waar je ook bent. De weg ligt open, de hemel ook, goede reis vandaag. En vrede gewenst. Vrede, en alle goeds.

