Eeuwige frustratie

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Tekst onder afbeelding

Eeuwige frustratie – PopUpGedachte woensdag 1 juli 2026

Eeuwige frustratie – of de frustratie van de Eeuwige. Klinkt al te menselijk. Dat de macht achter, in en door deze wereld, de geest van het leven, de liefde in eigen persoon, zich zit te verbijten. Tot tien moet tellen en dan nog maar eens een keer. Zich in moet houden om niet met de kracht van de donder en de bliksem of die van aardbevingen en overstromingen een einde te maken aan het hele gedoe van de mensheid. Het klinkt al te menselijk.

Aan de andere kant, als het alternatief een stoïcijns glimlachend ongrijpbaar wezen is, dat zich door niets laat raken en door niets geraakt wordt – hoog boven en buiten de mensen verheven, vol van genade en waarheid, maar gespeend van alle emotie. Wordt het dan wat? Heeft dat zin? Je zou zelf soms verheven willen zijn boven al dat gedoe, onraakbaar, ongrijpbaar, niet heen en weer geslingerd door emotie. En dat kan heus wel, maar dan verlies je je menselijkheid. En dat is dan weer zonde. En naar het lijkt verliest de Eeuwige dan diens goddelijkheid ook.

Vandaag een Psalm, één van die nauwkeurig bewaarde geschriften van ver voor onze jaartelling – omdat ze blijkbaar essentieel waren voor dat geloof van Abraham, Izaak en Jakob. Dit staat er:

Hoor nu, mijn volk, wat Ik u zeggen ga,
Hoor Israël, waarvan Ik u beschuldig,
want Ik ben God, uw God:

Ik maak u over offers geen verwijt:
uw offerdieren zie Ik aldoor branden.
Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen
en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet.

Want Mij behoren alle dieren in het woud,
de duizenden die op mijn bergen zwerven.
De vogels in de lucht Ik ken ze allen,
Van Mij is wat rondloop op het veld.

Ik zou het u niet zeggen als Ik honger had,
Ik kan beschikken over al wat leeft op aarde.
Zou Ik soms vlees van stieren eten,
of bloed van bokken nuttigen als drank?

Wat spreekt gij aldoor over mijn geboden
en hebt ge mijn verbond steeds op de tong?
Gij die van tucht een afkeer hebt
en nimmer acht slaat op mijn woorden.

De frustratie druipt er vanaf. De woede over het onbegrip. Dat het hele offergebeuren en de rituelen in tempel en van geloof, waar mensen zeer druk mee kunnen zijn, hem of haar gestolen kunnen worden. Niet geïnteresseerd in de gewaden, in de optocht, in de opoffering, in de vieringen. Want je luistert niet. Je hebt geen idee. Wat zit je te offeren van wat niet een van jou is. Wat zit je te pochen met wat je helemaal niet hebt gecreëerd. Ga in godsnaam eens luisteren. Naar de wind in de bomen, naar het gekabbel van water, naar de kinderstem die vraagt om gezien te worden, naar de klaagzang van degenen die onderdrukt worden, naar het gekreun van de zee die vervuild en verrot raakt, naar de buurman die eenzaam thuis zit. Dat is de stem van de Eeuwige. God heeft geen honger, je buurman heeft honger. God heeft geen behoefte aan eerbied, de zee, de rivier, de lucht, het dier, de plant – die heeft het nodig. En de ander. Jijzelf, als beeld van de Eeuwige, met een opdracht.

Mijn leven staat nooit stil – hoe moet ik ooit naar deze woorden luisteren. Pas op de plaats maken is zo eenvoudig nog niet. Hoeveel ruimte heb ik om echt te luisteren. En zomaar laat ik het dan maar zitten. Maar dat hoeft niet. Al is het maar één moment vandaag, één keuze, en zo niet vandaag, dan morgen. Dat we oefenen in acht slaan, op de woorden – die in het voorbijgaan klinken en die ons roepen omdat er niemand lijkt te luisteren. Kleine stappen, geen hoge eisen. Onderweg gaan. Meer niet.

Tot zover vandaag. Een hele goede woensdag gewenst. En vrede, en alle goeds.

 
Volgende
Volgende

Er zijn grenzen